Losse flodders
Door
Mr.dr. W.R.W.Donner
 
Voorwoord
Dit essay bestaat uit losse flodders zonder onderling verband. Het wordt voornamelijk geschreven  om een paar zaken te verduidelijken. Zowel voor oude als voor nieuwe lezers.

Nieuwe lezers

Ik krijg om te beginnen steeds nieuwe lezers. Veelal worden ze aangebracht door oude trouwe lezers. Ik weet niet wat hun wordt wijsgemaakt over de aard en strekking van mijn essays maar het lijkt mij toch dienstig om ze in te lichten omtrent mijn oogmerken. Men zou anders een verkeerd denkbeeld kunnen hebben van mijn drijfveren. Velen verwachten bijvoorbeeld van mij, dat ik de regering zal aanvallen. Dat wordt in Suriname zeer gewaardeerd. Diegenen die dat van mij verwachten moet ik dan teleurstellen. Ik geloof niet dat wij in Suriname ooit een echte slechte regering hebben gehad. De bewindslieden die wij in de loop der tijden hebben zien gaan en komen  zijn op een enkele uitzondering na hardwerkende bestudeerde mensen die hun taak aanvangen met de hoogste idealen en verwachtingen  maar spoedig tot de ontdekking komen dat er met het Surinaamse volk niet veel te bereiken valt. We hebben namelijk teveel “hebbies”. Dan gaan ze bij zichzelf denken, laat ze barsten, na ons de zondvloed, laten wij trachten binnen te zijn voordat ook wij worden uitgerangeerd.

Hebbies

Ik heb het boven gehad over hebbies. Onhebbelijkheden.  De afgelopen WK zorgde voor imago bevestiging. . Het aantal kenners van de voetbalsport bleek enorm te zijn in ons land. Hele regimenten, zelfs vrouwen kwamen ons via de beeldbuis uitleggen wat zich op het veld afspeelde en om ons het verschil duidelijk te maken  tussen vier twee vier en vijf drie twee systemen en wat de coaches of de spelers verkeerd deden. Maar niet zo lang geleden werden we op het voetbalveld afgedroogd door een miezerig landje als  Saint Vincent met de omvang van Coronie. Grote landen als Rusland, Amerika, China,  Engeland (de uitvinder van het voetbalspel), Costa Rica, Mexico, Trinidad,  Australië etc. etc. halen hun voetbaltrainers uit het buitenland. Hier vinden we dat onnodig. We weten het al.
Het zijn aanmerkelijk meer van die hebbies die ik in mijn essays aan de kaak stel. Als zijnde funest voor de economische ontwikkeling en voor harmonische omgangsvormen.
Zal ik een paar vermelden? We zijn agressief, slordig, onbeschoft, onwetend,onopgevoed, jaloers, afgunstig,betweterig, weinig punctueel, houden ons niet aan afspraken. Ik heb een buurvrouw. Vermoedelijk rookt ze. Elke ochtend spuwt ze en schraapt ze haar keel met grote kracht. Ik ben als de dood om haar te zeggen om het kalmer aan te doen. Ik zou beslist de wind van voren krijgen. Om niet te braken zet ik de radio keihard aan, waardoor ik weer anderen stoor. Daarom is de uitdrukking van Swietie Sranang een farce. We leven in een weinig harmonische samenleving. We durven elkaar de waarheid niet te vertellen. Iemand moet dat toch doen?Ik tracht de ogen van de lezers te richten op deze karaktertrekken want we willen ze niet zien. Ik zou een jeugd parlementariër geen dienst bewijzen met het advies de debatten in onze nationale assemblee bij te wonen om af te kijken hoe een debat moet worden gevoerd.

Drijfzand

Het wordt mij vaak verweten dat ik het voortdurend heb over het gebrek aan economische vooruitgang zonder aan te geven, wat we zouden moeten doen om uit het maatschappelijke politieke en economische drijfzand waarin we zijn terechtgekomen te geraken. Pardon, zeg ik dan, het zou van arrogantie getuigen als ik van buiten komend zou vertellen wat gedaan moet worden. Ik probeer met mijn essays de lezers gewoon aan het denken te zetten. Anders gezegd mijn universitaire werk voort te zetten. Van universitaire docenten in de geavanceerde  landen wordt verwacht dat zij, zolang ze daartoe nog in staat zijn, aan wetenschap en publiceren blijven doen. Dat wordt gezien als een noodzakelijke voorwaarde voor vooruitgang van de samenleving. De redenering is: hoe ouder iemand wordt hoe meer ie weet. In Suriname zegt men juist andersom. Ouderdom staat voor ouderwets en seniliteit. hoe ouder iemand wordt hoe minder ie weet.  Daarom hebben we jeugdambassadeurs en jeugd parlementariërs om te vertellen wat verkeerd is en wat er moet gebeuren.
We liggen geïsoleerd. We komen niet in aanraking met mensen van standing. Niemand vertelt ons wat we verkeerd doen. Of men is bang om ons dat te zeggen. Ik richt mij tot een kleine groep mensen waarvan ik veronderstel dat zij de capaciteiten, de belangstelling en de wil hebben om te gaan nadenken over wat zich in de wereld in het algemeen en in ons land in het bijzonder afspeelt. Wat ik vertel haal ik niet uit mijn eigen brein.Ik heb het geluk gehad in een aantal landen te mogen rondneuzen in de keukens van  succesvolle mensen en kwam zo achter het geheim van hun succes dat ik dan openbaar maak. Verklap zogezegd. Dat is ook een vorm van industriële spionage.

Intellectuelen

Ik stuur geen essays naar half intellectuelen. Daarom pas ik voor inbel programma’s waar elke onbenul je kan beledigen. We zijn immers geen beschaafd volk. Weinigen onder ons weten het verschil tussen wat hoort en niet hoort. Tussen goede manieren en slechte manieren. Trouwens wie zou ons dat geleerd moeten hebben? Kijk maar naar de debatten in het parlement. Onze parlementariërs dachten dat ze er al waren met hun kledij. Ze zijn goed gekleed dat wel. Maar het motto van de universiteit van Oxford luidt: Not clothes but manners maketh the man.
Een paar jaar terug suggereerde ik de toenmalige voorzitter van de nationale assemblee in een brief om een groot bord te plaatsen met het woord: Waardigheid. “Zodra iemand over de schreef gaat,” zei ik, “zou U hem of haar daarop kunnen wijzen.” Daar heb ik niets meer over gehoord.
Tijdens een inbel programma vertelde ik een mop. (Ik ben gek op moppen en heb zelfs een moppenboek geschreven. Ik heb de heilzame werking daarvan in het buitenland ervaren. Een mop is een puik ding om een eind te maken aan een onaangename discussie. Moppen worden in vele parlementen toegepast).
Een journalist vraagt aan Edgar Davids: “Edgar, wat denk je van abortus.”
Edgar:  “We hebben nog nooit tegen ze gespeeld maar ik denk dat we wel van ze kunnen  winnen.”
Davids zelf vond de mop schitterend. Een man belde op om me te zeggen dat hij me een pak rammel zou verkopen als hij me zou tegenkomen daar ik zijn idool zou hebben beledigd. Hij kon natuurlijk niet weten dat ik tijdens mijn studententijd de zwarte band jiu jitsu had verworven inclusief de grepen om een aanrander te doden. Vroeger was je als student verplicht minstens twee sporten te beoefenen. Ik had gekozen voor basketbal als teamsport en jiu jitsu als individuele sport. Als ik een heetgebakerd man was geweest, was ik op de uitdaging ingegaan puur om een paar grepen op de man uit te proberen, (om in vorm te blijven zogezegd) met alle narigheden van dien. Daarom ga ik discussies met onontwikkelde mensen uit de weg.

Vrouwen

Ik stuur geen essays naar vrouwen. Twee vrouwen, notabene schrijfsters waarvan kon worden verondersteld, dat ze belangstelling zouden hebben voor een klein beetje wetenschap,  bedreigden me met een instantie in Nederland, die er voor zorgt dat burgers niet lastig gevallen worden met ongewenste e mails. Weinig vrouwen zijn geïnteresseerd in wetenschap. Ze hebben andere besognes, prioriteiten en liefhebberijen.Ik heb nooit een vrouwspersoon mogen opleiden. Zodra ik begon door te zagen over differentiaal en integraal rekening en over de theorieën van de Poolse econoom Michał Kalecki 1899 – 1970), namen ze de benen. De man wordt  door vakgenoten hoger aangeslagen dan John Maynard Keynes. In vakbladen vinden we "he was one of the most distinguished economists of the 20th century. He was  one of the first macroeconomists to apply mathematical models and statistical data to economic questions.”In 1970, werd hij genomineerd voor de  Nobel Prijs voor Economie, maar stierf kort voor de uitreiking.
Vraag eens aan een Surinaamse economist- zo noemen ze zich- wie de man was. Negen van de tien zal vreemd opkijken.
Ik nam eens in Rotterdam de volgende proef op de som. In de aula van de bibliotheek stond een groot schaakbord. Van vroeg tot laat stonden mannen daar te schaken. Altijd waren er toeschouwers. Ik droeg mijn studenten op om te turven hoeveel mannen en hoeveel vrouwen bleven staan kijken. Na een maand was de oogst. Twee honderd en drie en veertig mannen. Nul vrouwen.
 
Leesgedrag
Een andere zeer kwalijke eigenschap is ons leesgedrag. We realiseren ons niet welke problemen dit kan scheppen.  De consequenties worden in de literatuur vaak geïllustreerd met de gang van zaken rondom de ondergang van de Titanic. De kapitein en de stuurlieden  zagen een ijsberg in de verte en dachten: het zal wel loslopen. Het ding bleek in werkelijkheid de vorm te hebben van een piramide: Een tipje boven het wateroppervlak uitstekend maar uitgestrekt van onderen. Er moesten toch wel beschrijvingen zijn geweest van de plek? Mensen die niet lezen, (ik bedoel niet het lezen van detectives en Anna houdt van Kees, die er vandoor gaat met Clara) zien alleen de oppervlakte van de dingen en weten nooit wat achter die dingen schuilgaat.
Neem nou de naamsverandering van onze universiteit. Als de mensen die dit tot stand brachten een ander leesgedrag hadden bezeten waren ze op de hoogte geweest van de perikelen die destijds waren ondervonden met de Loemoemba universiteit. De Russen hadden de naam van een van hun universiteiten veranderd om de mensen in de arme landen daarmee te paaien. Ze gaven duizenden beurzen aan buitenlandse studenten. Wat bleek? Nergens kwamen ze aan de slag. Werkgevers dachten dat ze waren opgeleid om de idealen van de Congolese vrijheidsstrijder  uit te dragen en hielden de tent potdicht. De Russen veranderden de naam na verloop van tijd  maar weer in Vriendschapsuniversiteit van Moskou. Onze mensen hebben nog geen problemen ondervonden door de naam Anton de Kom universiteit maar dat komt nog. Gegarandeerd. Bij overheidsinstanties zullen ze vermoedelijk wel welkom zijn, maar een ondernemer die wel bij het hoofd is, haalt geen  Trojaanse paarden binnen zijn muren.
Volgende geval. Jaren terug verklaarde oud minister president Balkenende dat het goed zou zijn als de geest van de VOC weer vaardig zou worden over het Nederlandse volk. De VOC had bijgedragen tot de gouden eeuw. Onmiddellijk gingen Surinaamse mensen de straat op om te protesteren, de VOC zou verantwoordelijk zijn geweest voor de slavernij van hun voorouders. Prem Radhakishun de bekende televisie commentator, moest via de beeldbuis excuses aanbieden voor deze faux pas. De VOC had niets te maken gehad met de slavernij in het algemeen of met Suriname in het bijzonder. In de organisaties waarin ik zat,  merkte ik ogenblikkelijk  een verharding tegen Surinamers  op en moest mij allerlei denigrerende aanmerkingen laten aanleunen. over onbenullen en werkschuwen (wie gaat nou op een normale werkdag betogen) die trokken van sociale zaken .etc.
Recentelijk was er weer een geval. Tijdens de emancipatieviering in Amsterdam vertegenwoordigde vice minister president Ascher de regering. De man is van de PVDA. De socialisten zijn traditioneel vrienden van zwarte mensen. Uitgerekend tegen deze man gingen ze tekeer. Daar ze niet lezen weten ze niet dat socialisten steeds sympathiek staan tegenover de zwarte zaak. Hoeveel goodwill we kwijt zijn geraakt door dit optreden zou ik niet weten.

Onbenullen

Met de dag krijgen meer onbenullen zeggingschap in dit land. Met de dag bepalen ze meer de maatschappelijke verhoudingen in dit land. Met de dag krijgen ze meer ruimte om hun infantiel braaksel over de gemeenschap te strooien. Zo beleven ze dan democratie en vrijheid van meningsuiting. Ze weten niet dat ze brokken maken.  Er is niemand die ze dat zegt.  De kloosterlingen zijn het land uit. En de mensen die ze dat moeten zeggen houden zich gedeisd. Ze weigeren hun hoofd boven het maaiveld uit te steken. We hebben talrijke handicaps waarvan we ons niet bewust zijn. Dat is niet helemaal onze schuld. Een tijd terug zat ik tijdens de Boekenweek  in de tent van de schrijversgroep in Lalla Rookh, toen het Surinaamse volkslied plotseling werd ingezet. Een paar onderwijzeressen kwamen luid pratend met een stel kinderen langs. “Dames, riep ik, “horen jullie het volkslied niet?” Twee van hen hielden halt. Een van ze keek me aan alsof ze zich afvroeg: waar bemoei je je mee kerel. Ik was des duivels maar bedacht dat ze het niet konden weten. Wie zou hen geleerd moeten hebben dat ze eerbied moeten hebben voor het volkslied? Wat kunnen deze leerkrachten de jeugd eigenlijk bijbrengen? Hun leerlingen komen straks op de universiteit terecht waar ze met kunst en vliegwerk  aan een diploma geholpen worden en worden vervolgens vooraanstaanden in de samenleving. Maar in wezen behoren ze tot de categorie van de cultuurloze mensen met een doctoraal bul zoals werkstudenten die geen tijd hadden om zich bezig te houden met Beethoven, Shakespeare of Aristoteles vroeger aangeduid werden.We hebben het steeds over Swietie Sranang. We weten het niet beter. De meeste van ons hebben nog nooit een voet buiten onze landsgrenzen gezet. Als we dat doen gaan we het liefst hokken bij familie of kennissen en weten niet hoe een harmonische samenleving eruit ziet. Bij ons is het een constante ruzie. De rechters hebben hun handen vol om ruzies te beslechten.

Arbeidsverdeling

Aristoteles wordt beschouwd als de laatste volmaakte wetenschapper. De man droeg kennis van veel zaken die tegenwoordig worden aangeduid als vakgebieden. In de loop der tijden voltrok zich een arbeidsverdeling. Mensen gingen zich toeleggen op afzonderlijke deelgebieden die werden aangeduid als disciplines. Men spreekt van verbijzondering. Het is goed dat men dit weet. Dat men weet wie wat kan en wie niet.  Anders komt de right person niet in the right place terecht. In Suriname kwam ik op LVV te zitten terwijl ik geen verstand had van landbouwkwesties.
Beroepsbeoefenaren van onderscheidene disciplines kijken met verschillende ogen naar de dingen. Ik heb dat vaak genoeg geïllustreerd in mijn essays en wil dat nog een keertje doen voor de nieuwe lezers.
Ik vergader met mijn docenten in mijn porch. Ik heb een golek manjaboom op de grens van het erf staan. Een manja valt van de boom op het terrein van de buurman en we kijken op. De jurist zegt: je moet de vruchten plukken. Zolang ze nog aan de boom hangen zijn ze van jou. Als ze op het terrein van de buurman vallen zijn ze van hem. De econoom zegt: golek manjas doen het zeer goed. Je kunt een goede prijs voor ze bedingen. De neerlandicus zegt: hoe komen ze eigenlijk aan de naam golek. De technicus die wiskunde doceert zegt: als de wortels onder je fundering terecht komen breken ze die. Een landbouwkundige zegt: waar komt  golek eigenlijk vandaan. We keken allen naar hetzelfde ding maar een ieder hield zich bezig met een ander aspect daarvan.
 Even een mop tussendoor om de mensen die moe zijn van de anekdote  ook aan hun trekken te laten komen.
Een zwerver klopt aan bij een boerderij (in Europa natuurlijk) en vraagt wat te eten. De boer zegt. Je kunt  wat te eten krijgen maar daar moet je wat voor doen. Hier heb je een pot verf. Schilder mijn porch voor me. De zwerver  begeeft zich ter plekke. Na enige tijd verschijnt hij weer en zegt. “Klaar baas.”
“ Uitstekend,” zegt de boer. “We gaan net aan tafel en je mag aanzitten. Straks zal ik gaan kijken wat je uitgespookt hebt.”
Als de zwerver heeft gegeten staat hij op om afscheid te nemen. “Wat ik zeggen wilde baas. De wagen achter het huis is geen Porsche maar een Mercedes Benz.”

Bril

Een tijdje terug kreeg ik van Ir. Winston Caldeira een nog suggestievere beeldspraak. In een polemiek schreef hij: Toen Jezus aan Pilatus zei dat hij "de Christus" de weg naar de waarheid was,  heeft Pilatus de vraag opgeworpen: "welke waarheid". Anders gezegd: wat is waarheid. Ir. Caldeira zegt hiervan:Soms is er niet 1 waarheid, en hangt de waarheid af van de waarneming, veelal de bril die men draagt. 
Geweldig. Deze beeldspraak blijkt grotere toepassingsmogelijkheden te hebben. Een aanhanger van Transvaal kijkt naar een voetbalwedstrijd en schreeuwt Penalty. De aanhanger van Robinhood kijkt naar hetzelfde voorval en zegt: Onzin. Inderdaad. Wij mensen lopen rond met een aantal brillen. Naar gelang de omstandigheden zetten we dan deze dan die bril op. Hoe komen we eigenlijk aan die brillen? Veelal door ervaring, opvoeding of onderricht en vooral door lezing. Ik houd mij steeds bezig met de karakter eigenschappen van de Surinaamse mens. Hoe komt dat? Daar was ik helemaal niet voor opgeleid. Het kwam zo.
Als econoom was ik toegevoegd aan de commissie die de vaste brug op Curaçao moest voorbereiden. Ik moest me bezighouden  met  de economische en financiële aspecten. De economische voor en nadelen en hoe aan geld te komen etc.  De commissie bestond voorts uit een technicus en een jurist. Ik had zoveel gegevens verzameld dat ik besloot een proefschrift te schrijven over het financiewezen van de Nederlandse Antillen. Daarmee vertrok ik naar Nederland. Ik kreeg  als promotor een beroemd deskundige prof. G.M. Verrijn Stuart die vele boeken had geschreven over het bankwezen. De man was behalve hoogleraar, president directeur van de Amsterdamse bank en voorzitter van de sociaal economische raad SER die de regering adviseert op het gebied van economische kwesties. De man bekeek de verschijnselen dus door twee brillen. Een monetaire bril als bankdirecteur en een algemeen economische bril als voorzitter van de SER. Zoals gebruikelijk werd regel voor regel nagegaan en verbeterd of aangevuld. Ongelooflijk waar de man de tijd vandaan haalde om mij bijna wekelijks te helpen. Het proefschrift was druk gereed toen hij buiten adem thuiskwam (we werkten altijd thuis bij hem). Hij vertelde dat hij meer dan honderd kilometer had geraced om op tijd te zijn. Hij kwam net van een vergadering van de SER. Daar was gedelibereerd over de Franse bezwaren tegen de Antilliaanse toetreding tot de EEG onder meer in verband met de Sahara olie. Hij  bleek zijn andere bril nog steeds op te hebben, want hij kwam direct met bedenkingen tegen mijn proefschrift. Ik had te weinig gezegd over de economische perspectieven van de Antillen. Daar moest ik iets over schrijven. En ook over de EEG kwestie. Eigenlijk had ik daar niet zoveel zin in. Maar goed. Orders waren orders. Na een onderzoek van de olie-industrie kwam ik erachter dat ze niet meer zo lang had te leven op de Antillen. Ik sprak de verwachting uit dat ze nog een jaar of tien had te gaan. Ik adviseerde om het technische onderwijs drastisch aan te pakken. De economische potenties van de Antillen waren niet van dien aard dat ze het bevolkingsaccres zouden kunnen absorberen. Overal in de wereld was er een goede boterham te verdienen voor technisch onderlegde mensen. Suriname dat een economische take off verwachtte zou een goede opvang betekenen voor de Antillianen en zodoende kunnen reciproceren voor de in het verleden ontvangen gastvrijheid. Mijn proefschrift viel plotseling uiteen in twee onderdelen. Van de ene dag op de andere werd ik een econoom die zich bezighield met groeikwesties en gemeenschappelijke markt kwesties. In plaats van op de Nederlandsche bank of op de Amsterdamsche bank waar ik geweldig zou passen, kwam ik  op buitenlandse zaken terecht waar ik mij moest gaan bezighouden met de associatie van ons land met de toenmalige EEG . Het feit dat ik ook nog jurist was, was een extra aanbeveling aangezien de EEG beheerst werd door juridische bepalingen. Sedertdien  gingen integratie kwesties (de vorming van gemeenschappelijke markten om economische groei te bevorderen) mijn carrière bepalen. Na de associatie zou ik ambassadeur worden bij de EEG maar ik kwam in Suriname terecht omdat de toenmalige minister president vond dat ik te lang was weggeweest uit ons land en Suriname eigenlijk niet kon vertegenwoordigen. Ik bleef plakken. Toen ik na een mislukt avontuur in Suriname weer in Nederland kwam vonden ze het een uitstekend idee om mij weg te sturen om mensen in andere landen te gaan uitleggen hoe  een gemeenschappelijke markt wel werkte.

Gemeenschappelijke markten

Gemeenschappelijke markten zijn een steeds grotere rol gaan spelen in het economische leven. Vroeger meende men dat landen en mensen vooruit gingen door andere landen en mensen uit te buiten. Trouwens dat denken sommigen die het niet beter weten nog steeds. Zo menen sommigen dat Nederland rijk is geworden door slavenhandel of door Indonesië en ons land uit te buiten. Bij de ondergang van het koloniale bewind werd gezongen: Indonesië verloren rampspoed geboren. Maar ziet . De landen zijn er zonder koloniën aanmerkelijk beter aan toe dan vroeger met hun koloniën. In de communistische landen waar ze de uitbuiters hadden gekielhaald zijn ze weer terug bij af. Er wonen in die landen nu meer miljonairs dan vroeger en men vindt het best om uitgebuit te worden. In de landen waar ze niet uitgebuit worden zoals Cuba en Noord-Korea zijn ze er beroerder aan toe dan ooit.
Hoe ziet de wereld zonder koloniën eruit? Sinds de tweede wereldoorlog is een lawine van folianten over economische groei over de mensheid heengekomen. Het heeft geen bliksem geholpen.
Een vijfde van de wereldbevolking bezit 90 procent van de geproduceerde goederen op aarde. De overige viervijfde de resterende 10 procent. 1 miljard mensen moet van minder dan één dollar per dag leven en de helft van de wereldbevolking van minder dan drie dollar per dag. De kloof tussen rijk en arm is wereldwijd de afgelopen veertig jaar verdubbeld. Bijna 300 miljoen kinderen genieten nauwelijks of geen onderwijs..Buiten Europa zijn tenminste 800 miljoen mensen permanent ondervoed. In de Kongo die wordt beschouwd als een van de potentieel rijkste landen ter wereld lijdt een kwart van de bevolking honger..
Naar aanleiding van de bloei van de EEG ging men van lieverlee een gemeenschappelijke markt zien als de oplossing  voor het probleem van de economische groei. Landen in Oost Europa gingen zich verdringen om toe te treden. Hierdoor ontstond een nieuwe vorm van kolonialisme. Ze mochten toetreden als ze bereid waren zich neer te leggen bij de beslissingen van Brussel.. Want veel hebben ze niet te vertellen. Brussel zegt, je begrotingstekort mag niet meer dan drie procent bedragen. Je mag dit doen. Je mag dat niet doen. En ze buigen hun hoofd.. Wij in Suriname zouden dat niet pikken. We zeggen: we zijn bereid geld te aanvaarden van een ieder. Maar niemand komt ons vertellen wat we met dit geld mogen doen. Leve de soevereiniteit.

Swietie Sranang

Ik heb in dit verband een anekdote. Naar aanleiding van mijn boek Swietie Sranang kan me nog meer vertellen. Herinneringen aan een rot jeugd schreven sommige recensenten: man het was toch niet zo rot? Veel mensen zouden met genoegen met jou geruild hebben.Mijn verweer was steeds. Dat is afhankelijk van de wijze waarop je naar dingen kijkt. Suriname is swietie, omdat een ieder kan doen waar hij zin in heeft. Niemand trekt zich iets aan van God of gebod. Een lege fles? Geen probleem gooi maar op straat. Niemand die daar wat van zegt of iets doet of iets durft te zeggen. In andere landen zit je in een keurslijf. Je mag dit doen en dat niet doen. Ik plantte in mijn tuin in Rotterdam wat bieta wierie en taja wierie etc. Plotseling kwam iemand van de Gemeente mij vragen of ik bezig was een oerwoud te creëren. Dat mocht niet ondanks het feit dat het mijn eigendom was.
Ik zat op Barbados en kreeg een brief van toenmalig minister president Ruud Lubbers die mijn aandacht vroeg voor een voorstel van onze landgenoot Deryck Ferrier om de Surinaamse gulden te koppelen aan de Nederlandse gulden. Dat had Msc Ferrier gelanceerd tijdens een lezing, ik meen op de Erasmus universiteit. Wat ik ervan dacht. Mijn antwoord luidde: no doe. Er is geen mens die de Surinamer kan zeggen wat hij doen of laten moet. Er mee akkoord gaan is vragen om moeilijkheden. Je zult niet in staat zijn om een Surinaamse regering voor te schrijven hoe groot het begrotingstekort mag bedragen.(Sorry Deryck dat ik je voorstel torpedeerde). 

Antillen

In zijn dissertatie, waarvan de titel mij is ontgaan,  zegt onze landgenoot mr.dr. Hugo Fernandes Mendes  dat de Hollanders waren geschrokken van de rellen eind zestiger begin zeventiger jaren zowel in ons land als op de Antillen. Het idee om  om de haverklap militair te moeten ingrijpen om de orde te herstellen trok ze niet bijster aan. Voorzichtig begonnen ze de Antillen te polsen over onafhankelijkheid. Die gaven dofzee. De olie-industrie verdween inderdaad in de tijd die ik voorspeld had in mijn proefschrift. De autoriteiten hadden het echter niet nodig gevonden om mijn advies inzake het technisch onderwijs op te volgen. Toen de industrie de hielen lichtte zaten ze met de gebakken peren. Ze hadden geluk of anders gezegd hun onbenulligheid had ze gered (we menen dat we slimmer zijn dan Antillianen) want toen de olie verdween hadden ze een vluchtheuvel. Massaal trokken ze naar Nederland waar ze vroeger hun neus voor hadden opgetrokken om daar onheil te stichten. Ze wisten niets, kenden niets  en konden niets. Zie mijn roman De Pechvogel. Ze kregen onderdak met geld toe. De Hollanders zitten nog steeds met die lui in hun maag en het eind is nog niet in zicht. Allerlei mogelijkheden zijn in de loop der jaren  geopperd om van ze af te komen of om het probleem beheersbaar te maken. In een essay dat ik schreef voor enkele Nederlandse bladen getiteld de kwadratuur van de cirkel (het is opgenomen in mijn boek  Gedachten over het koninkrijksstatuut)  legde ik ze uit dat ze de bevoegdheid misten om Antillianen de toegang tot Nederland te ontzeggen zolang deze mensen Nederlanders zijn of om   hun bewegingsvrijheid in Nederland te beperken.

Voetnoot:

 Een maand of twee geleden schreeuwden een paar heethoofden op Curaçao  “onafhankelijkheid nu. Niet gisteren, maar nu”. Mark Rutte reageerde direct. “Uitstekend. Daarvoor is slechts een telefoontje voldoende.” De domme Antillianen geven nog steeds dofzee.
 Er zijn nog steeds mensen met een hoog IQ dat wel, die menen dat men daar in Europa geïnteresseerd is in koloniën of dat de Hollanders nog geïnteresseerd zouden zijn in ons land. Iemand beweerde kortgeleden dat het de Hollanders spijt dat ze ons lieten gaan. En een lerares zei me: als alle Surinamers weggaan uit Nederland, gaat Nederland failliet. Haha. Ze zien ons liever gaan dan komen. Mijn schoonzoon uit Costa Rica een stuk onbenul die zichzelf lerimang noemt en niet wil werken kreeg binnen acht maanden de Nederlandse nationaliteit. Voor een Surinamer is dat a hell of a job.  
Koloniën kosten alleen maar geld. Dat vinden ze niet eens zo erg. Maar ze geven veel problemen. Dat vinden ze erger. Het voorstel vervat in mijn “Gedachten bij het Koninkrijksstatuut,  om  het koninkrijk tot een soort gemenebest om te vormen, bestaande uit zelfstandige landen waarvoor Suriname misschien belangstelling zou kunnen hebben, dat ik in televisie uitzendingen en lezingen voor universiteiten en verenigingen heb verdedigd, werd overal met hoongelach begroet. De belangstelling van de Hollanders voor Suriname is vrijwel nihil. Het feit dat wij als enige land Nederlands spreken zegt ze totaliter niets. Ze doen hun best om Engels en andere Europese talen goed te spreken. Ze kijken alleen maar naar de problemen die we zowel in eigen land als in Nederland veroorzaken en zien ons liever gaan dan komen. Zoals Rita Verdonck in de Tweede Kamer zei: de Surinamers verlangen op elke straathoek een monument. Waarom doen ze dat niet in hun eigen land. We hebben genoeg aan ons hoofd dan ons bezig te houden met die mensen die alleen maar moeilijkheden veroorzaken.

Slim

Wij waren als gewoonlijk slimmer dan de Antillianen  toen de Hollanders ons benaderden met het voorstel om onafhankelijk te worden. . We beten ogenblikkelijk in het aas van drie en een half  miljard harde guldens.

Afsluiting

 We zullen het betoog afsluiten. Naar aanleiding van het vorige essay schreef de bekende schrijver Rappa Parabirsingh mij het volgende: Weer eens gesmuld van uw eerste deel. Maar er zijn hier geen pandiets en moulvi’s gekomen, zeker geen pandiets, want om toegelaten te worden tot de opleiding tot pandiet, moest je van Brahmaanse afkomst zijn. En Brahmanen mochten niet over zee reizen, dat was verboden. Hoe zouden ze rein voedsel kunnen nuttigen en hun rituelen in reinheid kunnen verrichten, midden tussen al die lagere-kastemensen die uit armoede hun land ontvluchtten? Nee, het waren vaak pudjari’s, de niet-brahmaanse helpers van de pandiets, die in India zelf nooit pandiet konden worden, maar wel alles van het geloof uit hun hoofd kenden (alle rituelen, horoscoop bepalen, achtergronden van feestdagen, de verhalen uit de Mahabarata enzo, die kwamen wel mee en al aan boord fungeerden zij als pandiets. In het land der blinden…
Geweldig. Ik dacht altijd dat de Britten daar iets mee te maken hadden. Daar ze ei sten dat aan de geestelijke en lichamelijke verzorging van de immigranten aandacht diende te worden besteed. Ik dacht dat de oprichting van de geneeskundige school omstreeks 1877 en de invoering van de leerplicht daarmee iets te maken hadden.
Feit is dat deze mensen samen met de kloosterlingen en de geestelijken van de Moravische gemeente  puik werk in ons land hebben verricht. Waren ze er niet geweest, we zouden vermoedelijk op het niveau zijn geweest van Hottentotten, Bosjesmannen en Vandalen. Ze verdienen wel een monument in ons land.
 Ik moet ook melding maken van een correctie:die ik ontving van Msc. Deryck Ferrier. Steeds als ik het heb over wijlen president Soekarno noem ik de man Iding Soekarno. Waarom weet ik ook niet. Deryck schrijft:
Met veel genoegen heb ik  je laatste stukken gelezen  over de irreële aversie die tal van onze landgenoten aan de dag menen te moeten  leggen  ten aanzien van de succesvolle verrichtingen van Nederland   op het gebied van sport, zelfs indien er sprake is van uitblinkers van Surinaamse origine in de Nederlandse equipages. (voetbal, zwemmen, athletiek). Juist omdat ik het artikel van jouw hand zo welsprekend vond,viel mij een kleine onjuistheid op; en hoewel  die in feite niets met de strekking van het artikel heeft te maken,lijkt het mij toch verstandig om middels deze jouw aandacht daarvoor te vragen.De desbetreffende onjuistheid in de tekst van  ‘Emancipatie en meditatie’ is in de hierna volgende quotering aangegeven.
 “Simon Bolivar, Francisco de Miranda, Toussaint L’Ouverture, Abraham Lincoln, Mahatma Gandhi, Iding Soekarno, Willem de Zwijger, Jezus Christus, Martin Luther King, Nelson Mandela. Mannen die zich stuk voor stuk hebben ingezet voor de vrijheid van de medemens. Voor ons dus en die het met hun leven hebben moeten bekopen.”
 De oud-President van Indonesie heet niet Iding Soekarno, maar Kusono Sosrodihardjo Soekarno( Let wel de voornaam niet, maar de familienaam wel geschreven met oe en niet met een u).De  betekenis van deze man voor de  dekolonisatie en bevrijding  van de gekleurde volkeren,  gaat helaas aan vele Surinamers voorbij, wij hebben niet eens een straat of plein naar hem vernoemd.In het Surinaamse onderwijs wordt er aan zijn opvattingen over aanpak van zaken ter bevordering van de rechtsbeleving door  en gelijkwaardigheid van volkeren in een plurale samenleving  hoegenaamd niet de minste aandacht besteed.  Hopend dat deze  info je van dienst zal mogen zijn, zie ik  met belangstelling uit naar je volgende stuk.
Geweldig. Ik ben altijd reuze blij met deze reacties waaruit ik iets kan leren. Ik geef ze direct door in de hoop dat ook u daar iets van kunt leren. Tot een volgende keer bij leven en welzijn.