De historische binnenstad … door Frits Wols 

november 14th, 2013
DE HISTORISCHE BINNENSTAD VAN PARAMARIBO

Onze  binnenstad is al enkele jaren door de UNESCO opgenomen op de wereld erfgoed lijst. Wij hebben dus de eer als een van de weinige Zuidamerikaanse landen door de hele wereld te zijn erkend als een unieke culturele bezienswaardigheid. Vele landen proberen al jaren in aanmerking te komen voor deze eer en de meeste is het niet gelukt. De UNESCO, de VN-organisatie voor Onderwijs, Wetenschappen,Cultuur en Communicatie vertegenwoordigt wereldwijd wetenschappers op elk van deze gebieden en is een gerespecteerd orgaan waarvan de leden tweejaarlijks bij elkaar komen op de Algemene Ledenvergadering in Parijs. Daar wordt gedebateerd over allerhande zaken. In ons geval over de ontwikkeling van de culturele  rijkdommen van de mensheid.

Sommige overheden  en organisaties menen vaak dat een cultureel object in hun land in aanmerking dient te komen voor plaatsing op de wereld erfgoedlijst omdat ze beseffen wat de waarde hiervan is. Een enkele keer lukt het hen via zwaar lobby-werk lidlanden te bewegen hun zaak te ondersteunen en kunnen de eerste stappen gezet worden tot het indienen van een aanvraag. Het is een moeizame weg die gevolgd moet worden  en Suriname is er in geslaagd als een van de gelukkige Zuidamerikaanse landen  een plaats te veroveren op deze lijst.

Er zijn vele voordelen verbonden aan de plaatsing op de lijst. De hele wereld schijnt plotseling te ontdekken dat er een Suriname bestaat met een unieke binnenstad. Niet alleen cultuurliefhebbers komen erop af, ook gewone toeristen die uit nieuwsgierigheid de ticket naar Suriname betalen. Maar daarvoor moet er natuurlijk wat promotiewerk geschieden wat onder andere aan onze diplomaten is toevertrouwd.

Als we nu enkele jaren verder zijn en de binnenstad een fraaier aangezicht menen te moeten geven door veranderingen aan te brengen die appeleren aan de smaak van de overheid, merken wij dat de UNESCO deze veranderingen niet erg appreciaart. Onder andere zou er geen toestemming gevraagd zijn aan deze organisatie. En alsof het nog niet genoeg is, komt er een rapport over de staat van de binnenstad (lees: de oude historische panden) dat niet erg vlijend is. Wij worden bovendien herinnerd aan de criteria waaraan voldaan moest worden toen wij de aanvraag indienden.  Gevolg: Ons land loopt het gevaar van de  werelerfgoedlijst te vorden afgevoerd. Op zich is dit voor de gewone man van de straat geen problem. Wij hebben immers “ons ding” en als we geen geld hebben om de panden te verwennen met een reparatie hier en een kleurtje daar dan is het ons probleem en dan moeten anderen zich niet te veel mee inlaten.

De andere kant van de medaille is dat wij niet genoeg beseffen wat het betekent een object uit ons land te zien veranderen in een stuk bezit niet alleen van ons maar van de hele wereld. Wij moeten het object zien als een geestelijke die zodra hij gewijd is geen familie meer heeft: zijn familie is de hele kerkgemeenschap die aan zijn zorg is toevertrouwd. Het klinkt allemaal zo dramatisch en emotioneel maar wat ik probeer te doen is  de gemeenschap te wijzen op de plicht die nu op onze schouders rust, nu wij behoren tot de groep uitverkorenen die deel uitmaakt van een wereldschat die wij hebben geerfd van onze voorouders hetzij de koloniale heersers hetzij van de donkergekleurde mens uit o.a.Afrika.

Ik doe een hartstochtelijk beroep op de eigenaren van de verwaarloosde panden in de binnenstad alsook op de overheid  en betrokken organisaties om alles in het werk te stellen deze culturele rijkdom te behouden en te onderhouden volgens de richtlijnen van de cultuurkenners  en cultuurliefhebbers over de gehele wereld. Laten wij het nageslacht niet opgescheept laten zitten met de “hebi” dat wij een unieke plaats in de wereld hebben vrloren door onverschilligheid of koppighaid.

Frits Wols