Economie voor iedereen door Walther Donner

november 14th, 2013

Economie voor iedereen

Door

Mr.dr. W.R.W.Donner

De commotie ontstaan door de ontslagverlening aan de minister van financiën deed me denken aan de mop waarmee ik het vorige essay beëindigde.

Een Surinamer wenst op de lijst te komen van de PVDA. Zoals gebruikelijk moet hij dan voor een beoordelingscommissie verschijnen. Ze vragen hem: heb je weleens gehoord van Pieter Jelle Troelstra?

“Neen,” zegt hij.

“Wie was Willem Drees dan?”

Geen flauw idee,” zegt hij.

“En Rosa Luxemburg?”

“Geen flauw idee.”

“Maar man, hoe wil je dan socialistische denkbeelden uitdragen als je niet eens de namen kent van prominente socialisten.”

De Surinamer denkt even na. “Hebt u weleens gehoord van Jopie Pengel?”

“Neen,” erkent de commissie.

“Ook niet van Pa Lem?”

“Neen,” zegt de commissie

“Van Pa Moorie dan.”

“Ook niet,” wordt beaamd.

Kijk eens aan,” zegt de Surinamer. “Ik maak er toch ook geen punt van dat u onze grote mannen niet kent?

De commotie deed me ook denken aan een film die ik lang terug gezien had. Een vliegtuig had een noodlanding gemaakt in de Kalahari woestijn. De crew en de passagiers hadden het toestel verlaten en waren met al hun hebben en houen  op weg gegaan naar de bewoonde wereld. Nomadische Bosjesmannen die in de buurt waren, kregen het toestel in de gaten en gingen erop af. Enige moedigen installeerden zich in de cockpit en keken vol ontzag naar al die knoppen en hendels en wijzers. Ze begonnen te drukken op knoppen en te trekken aan hendels terwijl de stamgenoten die  het toestel gevuld hadden luidruchtig door elkaar spraken en instructies  schreeuwden naar de would be piloten. Ze hadden vaak genoeg vliegtuigen zien overvliegen en vroegen zich blijkbaar af wanneer het toestel eindelijk eens met hen zou opstijgen. De bioscoopbezoekers lachten zich een bult aan hun capriolen.

We zijn eigenlijk zonder het te beseffen, net als die Bosjesmannen. We kregen een land cadeau zonder enige notie van wat wij daarmee moesten aanvangen. Wie had ons ooit iets verteld over nachtwakersstaat en verzorgingsstaat? Wie had ons ooit verteld wat de taak was van een staat? Wat wisten wij nou van de encycliek Rerum novarum of over John Maynard Keynes; over Adam Smith of over de  sociaal democratie; over het liberalisme, of over monetaire en budgettaire politiek. Ons land wil economisch maar niet van de grond komen. Een ieder moppert. Sommigen die niet eens over de schutting van de economie hebben gekeken, om een beroemde uitdrukking van wijlen mr. Chandi Shaw van stal te halen, die hij tegen minister van financiën Johan Pengel gebruikte, schreeuwen luidkeels hoe het moet en niet moet. Deze week was het weer raak. Via de beeldbuis werd ons voorgehouden. “Vrouwen kunnen goed met het huishoudgeld omgaan. Een vrouw zou dus goed zijn als minister van financiën.” Een volgende uitspraak: “We moeten een minister hebben die de  tering naar de nering weet te zetten.” Allerlei uitspraken die blijk geven van een totale onbekendheid met de materie. Wie treft echter de schuld van onze onkunde cq. onze betweterigheid om ons met zaken te bemoeien waar we geen verstand van hebben?

Een beroemde Nobelprijs winnaar economie had de volgende boodschap voor economen (economisten in Suriname): “In a democracy, economists cannot be content to talk only to themselves or to a small elite. They have a critical role to play in helping to bring into being a better informed citizenry, competent to understand economic issues and act sensibly on important public and private matters.

Hij geeft ook aan hoe dit moet geschieden.Economen moeten in begrijpelijke taal hun boodschap overbrengen. We have  to make economic concepts intelligible. Maar hij voegt daaraan toe: The citizenry-or as much of it as possible  has a corresponding responsibility to try to understand what the economists are saying.

Uitgerekend daar wringt de schoen in ons land. In een poging de economie verstaanbaar te maken voor de leek geven wij de leek soms de indruk dat het allemaal erg eenvoudig is.

Economie is geen gemakkelijk vak. Ik wil dat met twee fragmenten demonstreren.

Van de nobel prijswinnaar voor economie Paul Krugman verschijnt elke week een essay in the New York Times onder de titel “the conscience of a liberal.”Deze week ging het zo. “If we postulate a well behaved CES production function   which is first degree homogeneous in the arguments labor L and the simple aggregate of all land and conventional reproducible capital  Kt, it becomes necessary to accept one of the two following conditions as true either (1) the constant elasticity of substitution between labor and all capital exceeded unity etc…..

Leg dat eens uit aan de Surinaamse leek.

Of neem een uitspraak van een hoogleraar uit Oxford die elke week een column schrijft in The Daily Telegraph in Engeland. Daarvan stuurt hij (net als ik) een email naar mensen die daarom vragen. mainly macro (This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.)

Compare this to two alternative ways of ‘doing macro’. The first goes to the other extreme: choose a bunch of macro variables, and just look at the historic relationship between them (a VAR). This uses minimal theory, and the focus is all about the past empirical interaction between macro aggregates. The second would sit in between the two. It might start off with aggregate macro relationships, and justify them with some eclectic mix of theory and empirics. You can think of IS/LM as an example of this third way. In reality there is probably a spectrum of alternatives here, with different mixes between theoretical consistency and consistency with the data.

Genoemde kranten worden niet uitsluitend geschreven voor economen. Als een dergelijk artikel in die trant in ons land zou verschijnen zou geen mens het lezen. Wat doen Surinaamse wetenschappers  dan? We proberen de zaken in een voor de Surinaamse leek begrijpelijke taal uit te brengen, te misvormen zogezegd, met het gevolg dat een ieder meent zijn zegje over economische kwesties te kunnen doen. Daarom kan de voorzitter van het parlement verklaren dat zij veel weet van economie door simpelweg met economen te praten.

Een ander voorbeeld ter demonstratie met welke weerbarstige problemen wij te maken hebben is als volgt. Economen werken met getallen en bedragen. Aantal arbeiders, het nationale inkomen, de hoogte van de rentevoet etc. Als men praat over  getallen denkt men onwillekeurig aan wiskunde. Zonder een gedegen kennis van de wiskunde is economie beoefening een farce. En dat is nou juist een vak dat voor velen abracadabra is. Ik kan mij een van de aller eerste colleges economie herinneren. Zelfs de naam van de docent kan ik mij nog herinneren. Hij begon ongeveer zo. We hebben de eerste graads vergelijking  waar P is bruto winst,

is loonsom;  consumptie werkgevers; is consumptie loontrekkers;  bruto investeringen.We nemen aan dat  omdat loontrekkers niet plegen te investeren. Dan gaat de vergelijking over in ,  winsten zijn gelijk aan  totale investeringen  en consumptie van de ondernemers. Dan gaat de vergelijking over in Daaruit kunnen wij de multiplier berekenen die de hoeksteen vormt van de economische macro theorie.

Ik kan mij nog de gezichten herinneren van al die studenten die met kale hoofden (na ontgroening) en vol verwachting de studie waren aangevangen. De vrouwen waren de eersten die de benen namen. Je mocht slechts doorgaan met de studie als je was geslaagd voor het tentamen. Twee keer zakken voor het vak en het was exit.

Er was een hoogleraar economie in Delft Dr.Ir.Goudriaan geheten die eens een weddenschap afsloot: “Ik kan de hele economische wetenschap in twintig bladzijden afdoen,” beweerde hij.  Hij slaagde erin maar moest vier honderd bladzijden toevoegen om te verklaren wat hij in de twintig bladzijden met wiskundige formules had gezegd. Dit is om een idee te geven dat je met een wiskundige formule twintig bladzijden tekst kan ontlopen, maar dan leest niemand in Suriname je meer. Een essay van vier bladzijden vindt men al te veel van het goede.

Wetenschappelijke vorming

Een wetenschapper wordt gevormd door zijn universiteit en door zijn leraren. Plato was de leerling van Sokrates  en de leraar van Aristoteles, die weer de leraar was van Alexander de Grote. De academicus staat vele jaren onder de hoede van zijn leraren en met name van een toonaangevende leraar. Hij gaat praten als de leraar, denken als de leraar. Draagt de ideeën van de leraar uit en voegt daaraan zijn eigen ideeën toe. Daarom zijn er twee typen leraren. Leraren die de studenten leren denken en leraren die hen slechts het vak leren. Daarom is het systeem van gastdocenten die een paar colleges komen geven en weer verdwijnen goed om vakkennis over te brengen, maar heeft met de wetenschappelijke vorming (zelfstandig denken) van studenten weinig van doen. Als iemand zegt van welke universiteit hij komt kan je je een denkbeeld vormen hoe hij denkt. Daarom is de naam Anton de Kom zo funest want de buitenwereld denkt dat de afgestudeerde de ideeën van de Kom uitdraagt.

Geweldige denkers

Tenslotte heb je de economische scholen. Geweldige denkers als John Maynard Keynes of Adam Smith of Karl Marx leggen de basis voor het denken van velen. Soms is hun denken generaties lang toonaangevend. In een kortgeleden gehouden lezing nam prof. Anthony Caram afstand van de mening van Nobelprijswinnaar Paul Krugman die een voorstander zou zijn van schulden. Elke econoom weet direct dat Krugman de ideeën van John Maynard Keynes aanhangt. Prof Caram meende dat de overheid de tering naar de nering zou moeten zetten. Elke econoom kan de gevolgtrekking maken dat prof. Caram een aanhanger is van de school van de Oostenrijker Friedrich von Hayek en de Brit Sir Hawtrey. Een econoom hoeft slechts te luisteren naar de stellingen van een andere econoom om te weten door welke theoretische kijker hij naar de zaken kijkt. Daarom kan een leek zich niet schuiven tussen een discussie tussen twee economen. Hij kan niet zeggen die heeft gelijk die heeft ongelijk want daar weet hij te weinig van.

Glad ijs

Iemand begeeft zich dus op glad ijs als hij economische kwesties in begrijpelijke taal wil brengen onder het publiek. Hij ontwijkt de Scylla (de onwetendheid), maar loopt kans te geraken binnen de grijparmen van de Charybdis (de betweterij).Steeds zeg ik tussen de regels door aan mijn lezers: mensen ik wijs slechts naar de top van de ijsberg. Denk eraan. Daaronder ligt aanmerkelijk meer. De stuurman van de Titanic keek alleen naar de top van een ijsberg om zijn route te bepalen met noodlottig gevolg zoals we weten. Laat daarom economische kwesties over aan mensen die daarvoor zijn opgeleid en daarvoor betaald worden. Die weten wat zich onder de top bevindt. Ik hoop met mijn beschouwingen slechts enig licht te werpen op wat de toekomst voor ons verborgen houdt.

De micro macro paradox.

Een term die in veel economische beschouwingen steeds opduikt is die van micro macro paradox. Een paradox is een klaarblijkelijke tegenstrijdigheid. Als tijdens een voetbalwedstrijd iemand opstaat om beter te kunnen zien kan hij zijn zicht aanmerkelijk verbeteren. Maar als een ieder opstaat ziet niemand beter. Wat geldt voor de eenling geldt niet voor het geheel. Dat is de paradox.Evenzo, als iemand besluit te sparen kan hij daar na verloop van tijd rijk van worden. Als alle individuen plotseling beginnen te sparen wordt niemand daar beter van.

Hoe dat zo? Simpel. De winkeliers verkopen minder. Die bestellen minder bij de producenten. Die moeten mensen ontslaan. De ontslagen arbeiders hebben minder te besteden, daardoor worden weer arbeiders ontslagen. In de long run is niemand daar rijker van geworden. Wat goed is voor de enkeling is niet goed voor het geheel en blijkt als een boemerang te werken. Mark Rutte zegt steeds: mensen geef toch geld uit. Hij zegt niet aan de mensen, mensen sparen is een deugd, spaar meer. De  Europese centrale bank heeft deze week de rente verlaagd tot een kwart procent en zegt daarbij: mensen leen geld om een huis te kopen. Ze zegt niet: mensen schulden zijn gevaarlijke dingen. Maak geen schulden.

Prijsverhoging kan voordelig zijn voor een producent. Als alle producenten hun prijzen verhogen daalt het besteedbare inkomen van de burgerij. Uiteindelijk hebben alle producenten daar nadeel van.

In een huisgezin dient men de tering naar de nering te zetten. Je kan niet meer uitgeven dan je verdient. Dit geldt niet voor de overheid. Die streeft niet altijd naar begrotingsevenwicht. Het kompas voor de overheid is de toestand van de economie.. In veel landen wordt  een zogenaamd anti cyclische politiek bedreven. Bij bloei wordt gezorgd voor een begrotingsoverschot. Bij teruggang wordt gezorgd voor begrotingstekort.Als de overheid bij werkloosheid de tering naar de nering zet, dus precies zoveel uitgeeft als zij ontvangt kan dat verkeerd voor een land uitpakken.Dat is tegenwoordig de grote ruzie in de politiek van alle grote landen, als gevolg van het feit dat de partijen afwijkende economische scholen aanhangen. De liberalen (VVD) willen de schulden zo klein mogelijk maken en willen bezuinigen door minder uit te geven. Dat is de theorie van von Hayek. Hier te lande prof. Caram. De keynesianen verzetten zich daartegen omdat dit de werkloosheid kan vergroten in plaats van verkleinen.Dat is de mening van Obama en de democraten.

Twee typen economen.

We hebben micro economen en macro economen. Soms zijn die twee in een en dezelfde persoon vertegenwoordigd zoals vroeger geneesheren tegelijkertijd tandarts waren.In de loop der tijden kwam een splitsing tot stand. In de economische studie vindt in de doctorale fase ook een splitsing plaats in micro economen en macro economen. De micro econoom houdt zich met heel andere zaken bezig dan de macro econoom.

Micro economen houden zich bezig met de constructie van vraag en aanbod curven, en productie functies.Ze zijn constant bezig met kostprijs,  rentabiliteits en investerings berekeningen. Hun kompas is de winst. Een bedrijf kan zonder winst niet bestaan. Een producent moet zich een idee kunnen vormen bij welke prijs hij winst kan maken. Om dit met een eenvoudig voorbeeld te  illustreren. Een Braziliaans voetbalelftal komt in Suriname spelen en men moet de toegangsprijs bepalen. Als de prijs wordt vastgesteld op 100 Srd zal het aantal toeschouwers 1000 bedragen. Totale opbrengst 100.000 Srd. Bij een toegangsprijs van 20 Srd zal het aantal toeschouwers 20000 bedragen en de totale opbrengst 400000. Een goed micro econoom kan berekenen bij welke prijs de opbrengst maximaal zal zijn. Daar is hij voor opgeleid. Torarica vraagt voor een gerecht 80.—srd. Een econoom zou voor het hotel kunnen berekenen of dit wel een prijs is waarbij de winst het hoogst is.

Vervolgens de productiefunctie. We weten dat mest goed is voor de plantengroei. Bij weinig mest reageert de plant nauwelijks. Bij veel mest  gaat de plant dood. Hoeveel mest geeft een maximale opbrengst? Daar heeft de micro econoom mee te maken. Arbeid wordt gecombineerd met machines. Welke combinatie geeft een maximum resultaat?

Dan hebben wij de investeringsfunctie. Bij welke rentevoet loont het om arbeiders te vervangen door machines. Suralco arbeiders gingen in het verleden continu in staking en zagen kans zoveel procent loonsverhoging los te peuteren. De maatschappij gaf toe en maakte vervolgens een berekening of het goedkoper was arbeiders door machines te vervangen. Het aantal arbeiders daalde in de loop van de tijd van 5000 naar 700.

Macro economen

Macro economen houden zich bezig met de volgende vraagstukken: Bij welk belastingtarief zal de opbrengst voor de overheid optimaal zijn. Als het tarief te hoog is zullen mensen belasting ontduiken en uiteindelijk is de overheid er beroerder aan toe.

Hoeveel werkgelegenheid wordt gecreëerd bij een gegeven overheidsinvestering. Hiervoor zijn berekeningen nodig omtrent het spaargedrag, het consumptiegedrag, het importgedrag.De mensen die de Nederlandse politieke ontwikkelingen op de voet volgen zullen steeds merken dat wanneer een partij komt met bepaalde voorstellen bijvoorbeeld bezuiniging bij de gezondheidszorg, steeds aan het planbureau wordt gevraagd om het effect daarvan voor de werkgelegenheid te berekenen.

De micro econoom zit constant uit te rekenen hoe een lening terug betaald moet worden en houdt steeds opbrengsten en kosten in de gaten. Daar heeft een macro econoom niets mee te maken. Die houdt de werkgelegenheid in de gaten.

Geen enkel land is bij machte op dit moment zijn schulden terug te betalen. Als het  particulieren waren geweest waren die allang failliet verklaard. Vroeger was dat anders. Haïti werd door de Amerikanen bezet toen het zijn schulden niet kon betalen. Dit gebeurde ook met Santo Domingo en Nicaragua.. Niemand durft de Grieken vandaag de dag aan te pakken.

Niet elke econoom is geschikt voor de post van minister van financiën. Daarvoor is een specifieke mindset vereist. Een micro econoom is constant bezig met winst of verlies. Dat is zijn kompas. De minister van financiën denkt in termen van  evenwicht, betalingsbalansevenwicht, evenwicht op de arbeidsmarkt etc. daar zal ik het breedvoeriger over hebben in een volgend essay.

Economie voor iedereen

Door

Mr.dr. W.R.W.Donner

De commotie ontstaan door de ontslagverlening aan de minister van financiën deed me denken aan de mop waarmee ik het vorige essay beëindigde.

Een Surinamer wenst op de lijst te komen van de PVDA. Zoals gebruikelijk moet hij dan voor een beoordelingscommissie verschijnen. Ze vragen hem: heb je weleens gehoord van Pieter Jelle Troelstra?

“Neen,” zegt hij.

“Wie was Willem Drees dan?”

Geen flauw idee,” zegt hij.

“En Rosa Luxemburg?”

“Geen flauw idee.”

“Maar man, hoe wil je dan socialistische denkbeelden uitdragen als je niet eens de namen kent van prominente socialisten.”

De Surinamer denkt even na. “Hebt u weleens gehoord van Jopie Pengel?”

“Neen,” erkent de commissie.

“Ook niet van Pa Lem?”

“Neen,” zegt de commissie

“Van Pa Moorie dan.”

“Ook niet,” wordt beaamd.

Kijk eens aan,” zegt de Surinamer. “Ik maak er toch ook geen punt van dat u onze grote mannen niet kent?

De commotie deed me ook denken aan een film die ik lang terug gezien had. Een vliegtuig had een noodlanding gemaakt in de Kalahari woestijn. De crew en de passagiers hadden het toestel verlaten en waren met al hun hebben en houen  op weg gegaan naar de bewoonde wereld. Nomadische Bosjesmannen die in de buurt waren, kregen het toestel in de gaten en gingen erop af. Enige moedigen installeerden zich in de cockpit en keken vol ontzag naar al die knoppen en hendels en wijzers. Ze begonnen te drukken op knoppen en te trekken aan hendels terwijl de stamgenoten die  het toestel gevuld hadden luidruchtig door elkaar spraken en instructies  schreeuwden naar de would be piloten. Ze hadden vaak genoeg vliegtuigen zien overvliegen en vroegen zich blijkbaar af wanneer het toestel eindelijk eens met hen zou opstijgen. De bioscoopbezoekers lachten zich een bult aan hun capriolen.

We zijn eigenlijk zonder het te beseffen, net als die Bosjesmannen. We kregen een land cadeau zonder enige notie van wat wij daarmee moesten aanvangen. Wie had ons ooit iets verteld over nachtwakersstaat en verzorgingsstaat? Wie had ons ooit verteld wat de taak was van een staat? Wat wisten wij nou van de encycliek Rerum novarum of over John Maynard Keynes; over Adam Smith of over de  sociaal democratie; over het liberalisme, of over monetaire en budgettaire politiek. Ons land wil economisch maar niet van de grond komen. Een ieder moppert. Sommigen die niet eens over de schutting van de economie hebben gekeken, om een beroemde uitdrukking van wijlen mr. Chandi Shaw van stal te halen, die hij tegen minister van financiën Johan Pengel gebruikte, schreeuwen luidkeels hoe het moet en niet moet. Deze week was het weer raak. Via de beeldbuis werd ons voorgehouden. “Vrouwen kunnen goed met het huishoudgeld omgaan. Een vrouw zou dus goed zijn als minister van financiën.” Een volgende uitspraak: “We moeten een minister hebben die de  tering naar de nering weet te zetten.” Allerlei uitspraken die blijk geven van een totale onbekendheid met de materie. Wie treft echter de schuld van onze onkunde cq. onze betweterigheid om ons met zaken te bemoeien waar we geen verstand van hebben?

Een beroemde Nobelprijs winnaar economie had de volgende boodschap voor economen (economisten in Suriname): “In a democracy, economists cannot be content to talk only to themselves or to a small elite. They have a critical role to play in helping to bring into being a better informed citizenry, competent to understand economic issues and act sensibly on important public and private matters.

Hij geeft ook aan hoe dit moet geschieden.Economen moeten in begrijpelijke taal hun boodschap overbrengen. We have  to make economic concepts intelligible. Maar hij voegt daaraan toe: The citizenry-or as much of it as possible  has a corresponding responsibility to try to understand what the economists are saying.

Uitgerekend daar wringt de schoen in ons land. In een poging de economie verstaanbaar te maken voor de leek geven wij de leek soms de indruk dat het allemaal erg eenvoudig is.

Economie is geen gemakkelijk vak. Ik wil dat met twee fragmenten demonstreren.

Van de nobel prijswinnaar voor economie Paul Krugman verschijnt elke week een essay in the New York Times onder de titel “the conscience of a liberal.”Deze week ging het zo. “If we postulate a well behaved CES production function   which is first degree homogeneous in the arguments labor L and the simple aggregate of all land and conventional reproducible capital  Kt, it becomes necessary to accept one of the two following conditions as true either (1) the constant elasticity of substitution between labor and all capital exceeded unity etc…..

Leg dat eens uit aan de Surinaamse leek.

Of neem een uitspraak van een hoogleraar uit Oxford die elke week een column schrijft in The Daily Telegraph in Engeland. Daarvan stuurt hij (net als ik) een email naar mensen die daarom vragen. mainly macro (This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.)

Compare this to two alternative ways of ‘doing macro’. The first goes to the other extreme: choose a bunch of macro variables, and just look at the historic relationship between them (a VAR). This uses minimal theory, and the focus is all about the past empirical interaction between macro aggregates. The second would sit in between the two. It might start off with aggregate macro relationships, and justify them with some eclectic mix of theory and empirics. You can think of IS/LM as an example of this third way. In reality there is probably a spectrum of alternatives here, with different mixes between theoretical consistency and consistency with the data.

Genoemde kranten worden niet uitsluitend geschreven voor economen. Als een dergelijk artikel in die trant in ons land zou verschijnen zou geen mens het lezen. Wat doen Surinaamse wetenschappers  dan? We proberen de zaken in een voor de Surinaamse leek begrijpelijke taal uit te brengen, te misvormen zogezegd, met het gevolg dat een ieder meent zijn zegje over economische kwesties te kunnen doen. Daarom kan de voorzitter van het parlement verklaren dat zij veel weet van economie door simpelweg met economen te praten.

Een ander voorbeeld ter demonstratie met welke weerbarstige problemen wij te maken hebben is als volgt. Economen werken met getallen en bedragen. Aantal arbeiders, het nationale inkomen, de hoogte van de rentevoet etc. Als men praat over  getallen denkt men onwillekeurig aan wiskunde. Zonder een gedegen kennis van de wiskunde is economie beoefening een farce. En dat is nou juist een vak dat voor velen abracadabra is. Ik kan mij een van de aller eerste colleges economie herinneren. Zelfs de naam van de docent kan ik mij nog herinneren. Hij begon ongeveer zo. We hebben de eerste graads vergelijking  waar P is bruto winst,

is loonsom;  consumptie werkgevers; is consumptie loontrekkers;  bruto investeringen.We nemen aan dat  omdat loontrekkers niet plegen te investeren. Dan gaat de vergelijking over in ,  winsten zijn gelijk aan  totale investeringen  en consumptie van de ondernemers. Dan gaat de vergelijking over in

Daaruit kunnen wij de multiplier berekenen die de hoeksteen vormt van de economische macro theorie.

Ik kan mij nog de gezichten herinneren van al die studenten die met kale hoofden (na ontgroening) en vol verwachting de studie waren aangevangen. De vrouwen waren de eersten die de benen namen. Je mocht slechts doorgaan met de studie als je was geslaagd voor het tentamen. Twee keer zakken voor het vak en het was exit.

Er was een hoogleraar economie in Delft Dr.Ir.Goudriaan geheten die eens een weddenschap afsloot: “Ik kan de hele economische wetenschap in twintig bladzijden afdoen,” beweerde hij.  Hij slaagde erin maar moest vier honderd bladzijden toevoegen om te verklaren wat hij in de twintig bladzijden met wiskundige formules had gezegd. Dit is om een idee te geven dat je met een wiskundige formule twintig bladzijden tekst kan ontlopen, maar dan leest niemand in Suriname je meer. Een essay van vier bladzijden vindt men al te veel van het goede.

Wetenschappelijke vorming

Een wetenschapper wordt gevormd door zijn universiteit en door zijn leraren. Plato was de leerling van Sokrates  en de leraar van Aristoteles, die weer de leraar was van Alexander de Grote. De academicus staat vele jaren onder de hoede van zijn leraren en met name van een toonaangevende leraar. Hij gaat praten als de leraar, denken als de leraar. Draagt de ideeën van de leraar uit en voegt daaraan zijn eigen ideeën toe. Daarom zijn er twee typen leraren. Leraren die de studenten leren denken en leraren die hen slechts het vak leren. Daarom is het systeem van gastdocenten die een paar colleges komen geven en weer verdwijnen goed om vakkennis over te brengen, maar heeft met de wetenschappelijke vorming (zelfstandig denken) van studenten weinig van doen. Als iemand zegt van welke universiteit hij komt kan je je een denkbeeld vormen hoe hij denkt. Daarom is de naam Anton de Kom zo funest want de buitenwereld denkt dat de afgestudeerde de ideeën van de Kom uitdraagt.

Geweldige denkers

Tenslotte heb je de economische scholen. Geweldige denkers als John Maynard Keynes of Adam Smith of Karl Marx leggen de basis voor het denken van velen. Soms is hun denken generaties lang toonaangevend. In een kortgeleden gehouden lezing nam prof. Anthony Caram afstand van de mening van Nobelprijswinnaar Paul Krugman die een voorstander zou zijn van schulden. Elke econoom weet direct dat Krugman de ideeën van John Maynard Keynes aanhangt. Prof Caram meende dat de overheid de tering naar de nering zou moeten zetten. Elke econoom kan de gevolgtrekking maken dat prof. Caram een aanhanger is van de school van de Oostenrijker Friedrich von Hayek en de Brit Sir Hawtrey. Een econoom hoeft slechts te luisteren naar de stellingen van een andere econoom om te weten door welke theoretische kijker hij naar de zaken kijkt. Daarom kan een leek zich niet schuiven tussen een discussie tussen twee economen. Hij kan niet zeggen die heeft gelijk die heeft ongelijk want daar weet hij te weinig van.

Glad ijs

Iemand begeeft zich dus op glad ijs als hij economische kwesties in begrijpelijke taal wil brengen onder het publiek. Hij ontwijkt de Scylla (de onwetendheid), maar loopt kans te geraken binnen de grijparmen van de Charybdis (de betweterij).Steeds zeg ik tussen de regels door aan mijn lezers: mensen ik wijs slechts naar de top van de ijsberg. Denk eraan. Daaronder ligt aanmerkelijk meer. De stuurman van de Titanic keek alleen naar de top van een ijsberg om zijn route te bepalen met noodlottig gevolg zoals we weten. Laat daarom economische kwesties over aan mensen die daarvoor zijn opgeleid en daarvoor betaald worden. Die weten wat zich onder de top bevindt. Ik hoop met mijn beschouwingen slechts enig licht te werpen op wat de toekomst voor ons verborgen houdt.

De micro macro paradox.

Een term die in veel economische beschouwingen steeds opduikt is die van micro macro paradox. Een paradox is een klaarblijkelijke tegenstrijdigheid. Als tijdens een voetbalwedstrijd iemand opstaat om beter te kunnen zien kan hij zijn zicht aanmerkelijk verbeteren. Maar als een ieder opstaat ziet niemand beter. Wat geldt voor de eenling geldt niet voor het geheel. Dat is de paradox.Evenzo, als iemand besluit te sparen kan hij daar na verloop van tijd rijk van worden. Als alle individuen plotseling beginnen te sparen wordt niemand daar beter van.

Hoe dat zo? Simpel. De winkeliers verkopen minder. Die bestellen minder bij de producenten. Die moeten mensen ontslaan. De ontslagen arbeiders hebben minder te besteden, daardoor worden weer arbeiders ontslagen. In de long run is niemand daar rijker van geworden. Wat goed is voor de enkeling is niet goed voor het geheel en blijkt als een boemerang te werken. Mark Rutte zegt steeds: mensen geef toch geld uit. Hij zegt niet aan de mensen, mensen sparen is een deugd, spaar meer. De  Europese centrale bank heeft deze week de rente verlaagd tot een kwart procent en zegt daarbij: mensen leen geld om een huis te kopen. Ze zegt niet: mensen schulden zijn gevaarlijke dingen. Maak geen schulden.

Prijsverhoging kan voordelig zijn voor een producent. Als alle producenten hun prijzen verhogen daalt het besteedbare inkomen van de burgerij. Uiteindelijk hebben alle producenten daar nadeel van.

In een huisgezin dient men de tering naar de nering te zetten. Je kan niet meer uitgeven dan je verdient. Dit geldt niet voor de overheid. Die streeft niet altijd naar begrotingsevenwicht. Het kompas voor de overheid is de toestand van de economie.. In veel landen wordt  een zogenaamd anti cyclische politiek bedreven. Bij bloei wordt gezorgd voor een begrotingsoverschot. Bij teruggang wordt gezorgd voor begrotingstekort.Als de overheid bij werkloosheid de tering naar de nering zet, dus precies zoveel uitgeeft als zij ontvangt kan dat verkeerd voor een land uitpakken.Dat is tegenwoordig de grote ruzie in de politiek van alle grote landen, als gevolg van het feit dat de partijen afwijkende economische scholen aanhangen. De liberalen (VVD) willen de schulden zo klein mogelijk maken en willen bezuinigen door minder uit te geven. Dat is de theorie van von Hayek. Hier te lande prof. Caram. De keynesianen verzetten zich daartegen omdat dit de werkloosheid kan vergroten in plaats van verkleinen.Dat is de mening van Obama en de democraten.

Twee typen economen.

We hebben micro economen en macro economen. Soms zijn die twee in een en dezelfde persoon vertegenwoordigd zoals vroeger geneesheren tegelijkertijd tandarts waren.In de loop der tijden kwam een splitsing tot stand. In de economische studie vindt in de doctorale fase ook een splitsing plaats in micro economen en macro economen. De micro econoom houdt zich met heel andere zaken bezig dan de macro econoom.

Micro economen houden zich bezig met de constructie van vraag en aanbod curven, en productie functies.Ze zijn constant bezig met kostprijs,  rentabiliteits en investerings berekeningen. Hun kompas is de winst. Een bedrijf kan zonder winst niet bestaan. Een producent moet zich een idee kunnen vormen bij welke prijs hij winst kan maken. Om dit met een eenvoudig voorbeeld te  illustreren. Een Braziliaans voetbalelftal komt in Suriname spelen en men moet de toegangsprijs bepalen. Als de prijs wordt vastgesteld op 100 Srd zal het aantal toeschouwers 1000 bedragen. Totale opbrengst 100.000 Srd. Bij een toegangsprijs van 20 Srd zal het aantal toeschouwers 20000 bedragen en de totale opbrengst 400000. Een goed micro econoom kan berekenen bij welke prijs de opbrengst maximaal zal zijn. Daar is hij voor opgeleid. Torarica vraagt voor een gerecht 80.—srd. Een econoom zou voor het hotel kunnen berekenen of dit wel een prijs is waarbij de winst het hoogst is.

Vervolgens de productiefunctie. We weten dat mest goed is voor de plantengroei. Bij weinig mest reageert de plant nauwelijks. Bij veel mest  gaat de plant dood. Hoeveel mest geeft een maximale opbrengst? Daar heeft de micro econoom mee te maken. Arbeid wordt gecombineerd met machines. Welke combinatie geeft een maximum resultaat?

Dan hebben wij de investeringsfunctie. Bij welke rentevoet loont het om arbeiders te vervangen door machines. Suralco arbeiders gingen in het verleden continu in staking en zagen kans zoveel procent loonsverhoging los te peuteren. De maatschappij gaf toe en maakte vervolgens een berekening of het goedkoper was arbeiders door machines te vervangen. Het aantal arbeiders daalde in de loop van de tijd van 5000 naar 700.

Macro economen

Macro economen houden zich bezig met de volgende vraagstukken: Bij welk belastingtarief zal de opbrengst voor de overheid optimaal zijn. Als het tarief te hoog is zullen mensen belasting ontduiken en uiteindelijk is de overheid er beroerder aan toe.

Hoeveel werkgelegenheid wordt gecreëerd bij een gegeven overheidsinvestering. Hiervoor zijn berekeningen nodig omtrent het spaargedrag, het consumptiegedrag, het importgedrag.De mensen die de Nederlandse politieke ontwikkelingen op de voet volgen zullen steeds merken dat wanneer een partij komt met bepaalde voorstellen bijvoorbeeld bezuiniging bij de gezondheidszorg, steeds aan het planbureau wordt gevraagd om het effect daarvan voor de werkgelegenheid te berekenen.

De micro econoom zit constant uit te rekenen hoe een lening terug betaald moet worden en houdt steeds opbrengsten en kosten in de gaten. Daar heeft een macro econoom niets mee te maken. Die houdt de werkgelegenheid in de gaten.

Geen enkel land is bij machte op dit moment zijn schulden terug te betalen. Als het  particulieren waren geweest waren die allang failliet verklaard. Vroeger was dat anders. Haïti werd door de Amerikanen bezet toen het zijn schulden niet kon betalen. Dit gebeurde ook met Santo Domingo en Nicaragua.. Niemand durft de Grieken vandaag de dag aan te pakken.

Niet elke econoom is geschikt voor de post van minister van financiën. Daarvoor is een specifieke mindset vereist. Een micro econoom is constant bezig met winst of verlies. Dat is zijn kompas. De minister van financiën denkt in termen van  evenwicht, betalingsbalansevenwicht, evenwicht op de arbeidsmarkt etc. daar zal ik het breedvoeriger over hebben in een volgend essay.